Weefsel en Loyaliteitsconflict

“Nagy’s contextuele benadering, vanuit een relationele ethiek, leidt tot een intergenerationele werkwijze. In het vorige hoofdstuk schreven we dat ieder mens een ‘loyalty-fabric’ is, een weefsel van loyaliteit. Dat leek passief, maar het bleek ook actief te zijn: elk mens weeft er aan verder, in een beweging van geven en ontvangen. Dit geldt uitdrukkelijk ook tussen de generaties. Elk mens ontvangt van ‘vorigen’ en geeft aan hen. Tevens geeft hij aan ‘volgenden’, van wie hij in zekere zin ook ontvangt. Ieder leeft dus ‘intergenerationeel’ in die zin dat hij erfgenaam en erflater is; zo staat iemand er altijd ‘tussen’. Een triadisch patroon? Dat valt niet te ontkennen. Je ‘zijn’, je bestaan – je hebt het ontvangen, je neemt het op je en bent daardoor een heden tussen verleden en toekomst” …

( Hanneke Meulink-Korf en Aat van Rhijn : “De onvermoede derde” , blz 95)

Hoe weven mensen hun loyaliteit/ hun lotsverbondenheid/ hun generaties  aan elkaar ? (en soms ook niet !) En wat voor unieke patronen ontstaan er dan? Wat voor knoppen zitten er in het weefsel ? Lopen er draden naast elkaar, of over elkaar heen,  zijn er ook losse draadjes ?  Hoe ziet het weefsel er aan de achterkant uit ? En welke kleuren zitten erin? En wat voor kleuren hebben het heden, het verleden en de toekomst ? Wat voor betekenis heeft het weefsel ? Het is een zoektocht om antwoorden te vinden.

In het woord context zit het Latijnse woord: text. Wat samenhangt met : Textiel, dit is letterlijk “al wat geweven is”. Het woord is afgeleid van het woord “texere” dat weven betekent. In de biologie is weefsel,materiaal waaruit levende wezens bestaan. Bij een huidtransplantatie wordt je eigen weefsel of dat van iemand anders gebruikt. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als je een ernstige brandwond hebt en daardoor “gebrandmerkt” wordt. Hoewel vergelijkingen nooit precies kloppen, lijken er wel overeenkomsten te zijn.  Het is vaak de familie, ouders/ grootouders/ broers en zussen die je brandmerken. Of het nu 2de of 3de graad brandwond/familierelatie is, het  herstel duurt vaak lang, is vaak gecompliceerd en vaak blijft er een “aandenken” over. Huid van jezelf, dat vreemd aan blijft voelen.

In het zeer contextuele boek : “Geheel de Uwe”  (be)schrijft Connie Palmen  hoe gecompliceerd bijv. een loyaliteitsconflict kan zijn. Enkele citaten,uit het boek beschrijven dit helder. Draden in het weefsel lopen naast elkaar in haar uitleg. Salomon Schwartz, de hoofdpersoon in het boek, heeft een gesprek met de prostitué Lili, over haar moeder. (blz 135-152).

(Lili’s stiefvader heeft Lili van haar 12de tot haar 18de misbruikt, wat ze geheim hield voor haar moeder. Haar stiefvader probeert haar met mooie kleren om te kopen, wat haar een dubbelhartig gevoel geeft. Lili werd beschouwt als een “onecht” kind omdat haar (biologische) vader met de noorderzon is vertrokken toen haar moeder in verwachting van haar was. Als “onecht”kind werd ze op school uitgestoten van de rest van de groep )

Salomon, in gesprek met Lili, komt met het woord “dubbelspoor” op de proppen.

“Sinds je voor het eerst, zoals jij dat noemt, de knop in je hoofd omdraaide, (“de knop omdraaien”deed ze toen haar stiefvader haar misbruikte) , lijkt het alsof jouw leven zich op een dubbelspoor bevindt, alsof je twee levens in een leidt, waarbij die twee levens geenszins moeizaam met elkaar in een en dezelfde persoon te verenigen zijn, ofschoon zij zich nooit tegelijkertijd kunnen manifesteren. Het modieuze gebruik van het woord schizofreen voor elke vorm van gedrag dat enige ambiguïteit of zelfs een zekere gespletenheid verraadt, staat mij tegen en ik zou liever spreken van leven op een dubbelspoor. ….

Ik geloof dat hij er voor het eerst op kwam toen ik hem probeerde uit te leggen waarom het me moeilijk viel over mijn moeder te praten. Ik zei tegen hem dat het praten over haar mijzelf verdriet deed, want dat ik, als ik iets negatiefs over haar te melden had, op een andere, daarnaast lopende rail, op exact hetzelfde moment, iets heel positiefs zou willen zeggen en omdat het onmogelijk is gelijktijdig iets negatiefs en iets positiefs te zeggen, zwijg ik liever.

‘Als ik bijvoorbeeld wil gaan zeggen dat ze in die eerste jaren van mijn leven eigenlijk alle aandacht voor zichzelf opeiste met haar huilbuien en zij het onverdraaglijk vond als ik eens ergens om moest huilen, dan komt op datzelfde moment het beeld van haar in mij op dat ze ’s avonds laat, na een zware werkdag, lijkbleek van vermoeidheid en met pijn in haar rug en armen, nog achter de naaimachine gaat zitten om een rok voor mij te maken, zodat ik er mooi en netjes bij zal lopen op het uitstapje van school de volgende dag, iets waarvoor zij ook al krom ligt, om die luxe dingen voor mij te kunnen opbrengen.”Dat is nou een loyaliteitsconflict,’ zei Mon. (= Salomon)

Ik dacht dat daarvoor altijd twee mensen nodig waren tussen wie je moeilijk kon kiezen,’ zei ik, me daar heel gis bij voelend. ‘Iedereen denkt dat een loyaliteitsconflict zo in elkaar steekt,’ zei hij toen, ‘maar ik denk dat het anders zit, ik denk dat de ergste vorm van loyaliteitsconflict zich afspeelt tussen jou en jou en in dit geval betekent het dat jij niet kunt kiezen tussen een boze, verwaarloosde Lili en een liefdevolle, verwende Lili, want als jij dat doet donder je in elkaar of, zoals de Amerikanen het veel exacter uitdrukken, you fall apart.’