Samenvatting van Nagy.

Dit is een samenvatting van de contextuele benadering van de theorie van Nagy[1].

Op basis van meerzijdige partijdigheid (zijn boeken) kan ik alleen maar zeggen dat een samenvatting Nagy geen volledig recht doet omdat daarvoor zijn werk te veel omvattend en te diepgaand is. Ik kan alleen een deel van zijn visie en de daarbij behorende begrippen van de contextuele benadering weergeven.

De werkelijkheid van mensen, hun relaties en de manier waarop ze met hun omgeving omgaan kan beschreven worden met vier dimensies.

1.De dimensie van de feiten (zoals erfelijkheid, gebeurtenissen in het leven van de persoon, werkloosheid).

2.De dimensie van de psychologie: daarbij gaat het over behoeften, gevoelens, gedachten, motivaties etc. Het gaat dan over afweermechanismen en persoonlijkheidsstructuren etc.

3.De dimensie van de interacties: De patronen van waarneembaar gedrag en communicatie tussen personen: gezinsstructuren, systeemregels, coalitievorming, zondebok,etc.

4. De dimensie van de relationele ethiek: Hierbij gaat het om de rechtvaardigheid, het relationele evenwicht tussen het geven en ontvangen van gepaste zorg. Begrippen als loyaliteit, vertrouwen en betrouwbaarheid, verdiensten en schuld vallen binnen dit gebied. Bij deze dimensie wordt een sterke verbinding gelegd tussen de invloed op het individu, die voortkomt uit verworvenheden van vorige generaties en de wijze waarop ieder deze invloed gebruikt voor haar of zijn levensontwerp en de daaruit voorkomende invloed op komende generaties.

Deze laatste dimensie is de de belangrijkste voor Nagy. Hoewel deze natuurlijk samenhangt met de andere dimensies. Nagy baseert zich op het werk van de filosoof Martin Buber, voor wie een mens slechts mens is in relatie tot de andere en waarin de dialoog het fundament vormt voor de menselijke relaties en verhoudingen.

Eén van de belangrijkste kernbegrippen die Nagy gebruikt is het niet normerend bedoelde begrip loyaliteit. Door geboorte is ieder mens in een niet te ontkennen onherroepelijke verhouding met zijn ouders gekomen. Deze erfelijke nalatenschap, een zijnsloyaliteit, uit zich niet alleen in biologische zin maar verbind families en gezinnen door “persoonlijke legaten”, verwachtingen en ongeschreven rechten en verplichtingen aan elkaar. De kwaliteit in deze bewegende balans in dit loyaliteitssysteem wordt gevoed door vertrouwen, verdiensten en rechtvaardigheid. Naast verticale loyaliteiten is er tegelijkertijd sprake van horizontale loyaliteiten en vaak snijden loyaliteiten elkaar. Bij horizontale loyaliteiten moet worden gedacht aan broers en zussen en andere relaties. Allerlei krachten, ontwikkelingen en situaties hebben op het loyaliteitssysteem invloed en kunnen de balans uit evenwicht brengen.

Gespleten loyaliteit[2] kan ontstaan wanneer een kind wordt gedwongen te kiezen voor één van beide ouders en dus tegen de ander bijvoorbeeld door een echtscheiding; het loyaliteitsconflict wordt nog groter als er nog een andere generatie in betrokken raakt. Een mogelijk gevolg kan zijn dat het kind op latere leeftijd een tegenstrijdige houding tegenover de eigen partner en kinderen aanneemt. Wanneer een kind niet openlijk loyaal kan zijn naar zijn oorsprong neemt de spanning toe omdat ze worden ontkent. Deze vorm van onzichtbare loyaliteiten zijn beklemmende krachten deze beïnvloeden gekozen relaties. Zij verhinderen en belemmeren wederkerigheid en wordt later op anderen verhaald.

Entitlement is een tweede kernbegrip van Nagy. Kinderen komen ter wereld met het recht om te ontvangen en te geven. Zij zijn echter al door geboorte gerechtigd, hebben het volste recht om betrouwbaar grootgebracht te worden en daarmee in eerste instantie te ontvangen. Het pasgeboren kind kan niet overleven zonder de zorg van ouders terwijl er niets kan worden terugverwacht. Hoewel dit niet betekent dat ouders automatisch blij moeten zijn met de komst van een kind. Ook het recht om aan ouders iets en in elk geval vertrouwen te geven is belangrijk om in balans te blijven. Daarmee verdienen kinderen “entitlement”, de aanspraak waar al recht op is.

Dit entitlement verwerven bij de ouders lukt niet altijd omdat de ouders hiervoor soms te weinig mogelijkheden voor (kunnen)[3] bieden. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren doordat zijn dat één of beide ouders zich als kind gedragen en teveel zorg van kinderen vragen en te weinig teruggeven dan ontstaat parentificatie. Het op niet betrouwbare wijze opgroeien, kan ook andere gevolgen krijgen. Als het kind deze betrouwbare zorg niet krijgt dan zal het gerechtigd worden om het tekort gedaan zijn te compenseren. Dit noemen wij “destructief gerechtigd” zijn. De mogelijkheid om later betrouwbare relaties aan te gaan is dan verstoord, evenals opnieuw de balans geven – nemen binnen relaties. Het kind houdt behoefte om de “openstaande rekening” te vereffenen maar klopt voor dit “tegoed” niet bij zijn ouders aan maar haalt dit bij anderen. Bijvoorbeeld bij het eigen kind zo wordt dit het “kind van de rekening” en ontstaat er een “roulerende rekening” naar volgende generaties. Ook kan het kind later zijn rechten bij een onschuldige derde zoals een partner de rekening presenteren en zelf onrechtvaardig worden. De paradox is dat dit uit loyaliteit naar de ouders kan gebeuren. Als het kind dit ziet en vindt dat zijn ouders schuldig zijn raakt het zijn vermogen tot vertrouwen kwijt, ook in anderen. Ook het teveel geven van ouders (omdat ouders bijv. overbezorgd en overbeschermd zijn) kan destructief recht tot gevolg hebben. De belangen van het kind worden zo niet gehonoreerd en het kan te weinig geven. Teveel ontvangen en te weinig mogen geven, te weinig ontvangen en teveel moeten geven het gaat voortdurend om een redelijke balans in dit geheel.

Het helende bij Nagy ligt in het ontschuldigen (bijv.van de ouders). Dit is een proces waarin de last van schuld bij iemand die tot dan toe de schuld heeft gekregen, van de schouders wordt genomen. Als gevolg van het ontschuldigen kan iemand een positiever beeld van zichzelf krijgen omdat hij bijvoorbeeld meer begrip, meer inzicht kan opbrengen voor zijn ouders. Ontschuldigen is een vorm van een verbindende actie die kan leiden tot hernieuwd vertrouwen en betrouwbaarheid, loyaliteit en een eerlijke balans.

Een verbindende acties is ook : het wederzijds verdiend vertrouwen op gang te brengen. Ze hebben als doel dat iemand zijn eigen recht verdient. Het veroordelen in termen van schuld en onschuld, van dader en slachtoffer is niet aan de orde en vergeven gaat vaak te ver. Niet alleen ouders en kinderen kunnen verbindend optreden. Ook andere familieleden zoals grootouders kunnen deze rol doen. Voor pastors ligt hierin de uitdaging en valkuil vanwege de meervoudige partijdigheid. Daarbij dient er erkenning gegeven te worden voor wat een persoon heeft gegeven en voor het onrecht dat hem of haar werd aangedaan.Tegelijkertijd worden de belangen van andere betrokkenen (familieleden) ook niet aanwezigen (daarbij ook bijv. overledene) gehoord en  benoemt. Het is van het grootste belang de dialoog weer op gang te brengen. De nadruk wordt gelegd op het opsporen van hulpbronnen bij voorkeur uit eigen familie, maar ook God kan een essentiële hulpbron zijn. De pastor toont zijn betrokkenheid door consequent een verbindende taal te gebruiken, maar is niet neutraal. De bedoeling hiervan is begrip en inzicht op te roepen omdat ook de andere betrokkenen unieke belangen en posities vertegenwoordigen. Wel is het belangrijk om hierbij aan te tekenen dat het soms noodzakelijk is om heel pijnlijke en moeilijke relaties tijdelijk te onderbreken in de zin van een moratorium, waarbij de nadruk op het tijdelijke ligt. Er is een voortdurende, consequent volgehouden en expliciete verwachting van de hulpverlener dat de cliënt actie zal ondernemen, die deel uitmaakt van verantwoord ouderschap, kind zijn of partnerschap. Een zorgvuldige timing is daarbij uiteraard noodzakelijk. Het is goed erbij stil te staan, dat juist vanwege de rechtvaardigheid ook rechten niet gehaald mogen worden, het gaat om een ethisch-relationeel recht en niet om juridisch of economisch recht. De balans raakt “goed genoeg” in evenwicht als het kind kan ontvangen (door te) en geven. Door zorg te hebben voor andere mensen kan een mens op indirecte wijze entitlement verwerven. Er hoeft geen symmetrie in geven en nemen of geven en ontvangen te zijn, de balans is voortdurend in beweging. Hiermee bouwt het in eigen vrijheid een constructief entitlement op.

Met loyaliteit en entitlement hangt ook het begrip legaat samen. Daarbij komt dat wat niet in evenwicht was in de ene generatie, naar evenwicht zoekt in de volgende. Men probeert een betere ouder te zijn. Hierin spelen de vier dimensies[4] een rol. Het samenvloeien van de legaten van beide ouders behoort men op een zodanige wijze te gaan dat de verworvenheden van de eerdere generaties worden bewaard of zo worden veranderd dat de waarde ervan toeneemt. Deze verworvenheden kunnen normen en tradities zijn, die als positief worden ervaren.Volgens Nagy is het samenvloeien hiervan de belangrijkste bron voor het zelfwaardegevoel (self-validation) en voor het gerechtigd zijn om aanspraak te maken op de zorg van anderen. De legaten uit beide gezinnen van herkomst van de ouders kunnen met elkaar botsen bijvoorbeeld omdat ze een verschillende godsdienstige of culturele achtergrond hebben. Het kind wordt dan geconfronteerd met een legaatconflict. Als de ouders een goed voorbeeld geven hoe ze conflicten over loyaliteiten oplossen kan het kind tegenstrijdige legaten en loyaliteiten laten samengaan.

Deloyaal aan een ouder kan het kind worden door een legaat te weigeren of te ontkennen als de ouder als slecht wordt beleefd. Overloyaal kan het kind worden door geen verbintenissen aan te gaan, bijvoorbeeld door niet te trouwen en volledig beschikbaar te zijn en te blijven voor de ouders.


[1]Dr.Ivan-Boszormenyi-Nagy, psychiater-psychogezinstherapeut.

[2] In deze samenvatting wordt als voorbeeld nadrukkelijk de relatie tussen ouders en kind(eren) aangehaald, maar het kan ook in andere relaties een rol spelen.

[3] Dit kan allerlei oorzaken hebben zoals : werkeloosheid, één-ouder gezin, gehandicapt zijn etc.

[4] Zie boven de 4 dimensies:  feiten, psychologie, interacties en relationele ethiek.

Gebruikte literatuur o.a :

Else-Marie van den Eerenbeemt, Ammy van Heusden, Balans in beweging, Ivan Boszormenyi-Nagy en zijn visie op individuele en gezinstherapie, Uitg.De Toorts-Haarlem, 9de dr, 2003. ISBN 90-6020-650-9.

Annelies Onderwaater, De theorie van Nagy, De onverbrekelijke band tussen ouders en kinderen,Uitg.Swets-Lisse, 6de dr.,2003, ISBN 90-265-1436-0.

Else-Marie van den Eerenbeemt, De liefdesladder,over familie en nieuwe liefdes,Uitg. Archipel, 6de dr., 2004, ISBN 90-6305-070-4.

Hanneke Meulink-Korf, Aat van Rhijn, De onvermoede derde, inleiding in het contextueel pastoraat, Uitg. Meinema-Zoetermeer, 2002, ISBN 90-211-3821-2.